Trimbos logo

Informatie
Tips
Online cursus
E-mail deskundige
Mijn verhaal
Contact
Home
Informatie / Verschillen in gevolgen / Angst en paniek

Angst en paniek


Als je een angststoornis hebt, ben je vaak bang. Je probeert angstige situaties te mijden. Onder Praten over je ziekte kun je lezen hoe jij je kind kunt vertellen dat je last heb van een angststoornis en wat dit met jou doet.


Gegeneraliseerde angststoornis


Je voelt een hele grote angst of zorg voor een aantal situaties of activiteiten. Dat kan te maken hebben met je gezinsleven of je huishouden. Je kunt voortdurend angstig zijn dat je kind(eren) iets naars of ernstigs zal overkomen. Vanwege die zorg kun je het lastig vinden om je kind ‘los te laten’. Je bent dan overbeschermend richting je kind. Je brengt je kind bijvoorbeeld tot op late leeftijd nog naar school of naar afspraken. Kinderen hebben het echter nodig om steeds meer alleen te mogen doen. Daar worden zij zelfstandig en weerbaar door.

Je kunt de angst moeilijk de baas blijven. Je hebt dan bijvoorbeeld een opgejaagd gevoel, moeite om je te concentreren, gespannen spieren en problemen met slapen. Je bent vaak prikkelbaar en snel moe. Dit merkt je kind aan jou, maar het zal niet begrijpen wat er aan de hand is. Leg je kind uit dat het bij je angststoornis hoort.  


Posttraumatische stress-stoornis

Je hebt een traumatische gebeurtenis meegemaakt. Deze traumatische gebeurtenis geeft je een gevoel van onzekerheid en kwetsbaarheid. Je voelt je machteloos en hebt weinig vertrouwen meer in jezelf en anderen. 

‘Mijn behandelaar maakte mij ervan bewust dat ik mijn dochtertje te veel beschermde. Ik hield haar veel in huis. Er zou van alles met haar kunnen gebeuren als ze buiten speelde. Ik vond het ontzettend moeilijk om mijn dochtertje wat meer los te laten. Nog steeds. Maar ik begrijp nu wel dat beter voor mijn dochtertje is als ze meer zelfstandig mag doen.’ (Carin, 34 jaar)

Misschien heb je een sterke angst voor of een regelmatige herbeleving van de gebeurtenis. Je bent erg prikkelbaar, slaapt bijvoorbeeld slecht, wordt snel kwaad of schrikt makkelijk. Dit merkt je kind aan jou, maar het zal niet begrijpen wat er aan de hand is. Wanneer je het lastig vindt om je kind los te laten, ben je zeker niet de enige ouder die daar moeite mee heeft. Probeer eens met andere ouders daarover in gesprek te gaan en te horen hoe zij daarmee omgaan.


Sociale fobie

Je vindt het heel eng om samen met anderen zijn, vooral als een prestatie van je wordt verwacht. Je bent bang om negatief te worden beoordeeld en bovendien ben je bang voor je eigen reactie daarop zoals verlegenheid, blozen of trillen. Daarom probeer je te voorkomen in sociale situaties te komen die angst oproepen.Vertel je kind dit en geef uitleg over je fobie. 


Specifieke fobie

Je hebt een uitgesproken, aanhoudende, overdreven angst voor een specifieke situatie of specifiek voorwerp (bijvoorbeeld het zien van bloed, hoogte, een injectie krijgen, een bepaald dier). Je weet dat deze angst overdreven en niet logisch is, maar je probeert toch ook contact met de situatie of het voorwerp te vermijden. Als er toch een contact is, zal dat altijd een angstige reactie oproepen. Dit zal vragen bij je kind oproepen. Bovendien ben je een voorbeeldfiguur voor je kind. Daarom is het belangrijk je kind uitleg te geven over je fobie. 


Paniekstoornis

‘Als ik een paniekaanval heb, ben ik ontzettend bang dat ik dood ga. Ik maak me dan heel erg zorgen over wat mijn kinderen overkomt als ik op dat moment doodga.’ (Bousra, 33 jaar)

Als je een paniekstoornis hebt, heb je regelmatig onverwachte paniekaanvallen. Je hebt dan allerlei lichamelijke klachten en vaak een specifieke angst. Een paniekstoornis gaat vaak samen met agorafobie. Bij een agorafobie heb je angst om op een plek of in een situatie te zijn waaruit je niet kunt ontsnappen. Het kan zijn dat je je zorgen maakt over de lange termijn gevolgen van je paniekaanvallen voor je kind. Dit kan er voor zorgen dat je niet goed alleen met je kind durft te zijn. Of dat misschien niet iets alleen met je kind durft te ondernemen. Probeer dit te bespreken met je hulpverlener en betrek ook je eventuele partner daarbij. Zij kunnen je steunen bij oefenen om alleen te zijn met je kind. Wanneer jij een paniekaanval hebt, kan dit beangstigend zijn voor je kind. Leg daarom op een geschikt moment uit wat er gebeurt. 


Je kind heeft je nodig

Besef dat jij ouder bent van je kind. Je kind heeft jou nodig. Het is heel belangrijk dat je je kind laat weten dat je last hebt van een angststoornis. Zoek hulp voor jezelf en ondersteuning voor je gezin. Onder Hulp zoeken vind je op welke manier je dat kunt doen.


Download
Folder
folder
Direct aanmelden voor

Online cursus
E-mailen

met een deskundige
Nieuw!

Zelfhulpcursus
Bekijk
Filmpjes
psychische problemen
verslaving

sluiten